Logaritme met een gekozen grondtal
Bereken logaritme met een gekozen grondtal. Waarde en grondtal moeten positief zijn. Het grondtal mag niet gelijk zijn aan één.
Gebruik de opgegeven eenheden en geldige waarden.
Gebruik de opgegeven eenheden en geldige waarden.
Waarde en grondtal moeten positief zijn. Het grondtal mag niet gelijk zijn aan één.
Over deze berekening
Bereken logaritme met een gekozen grondtal met de genoemde invoer en eenheden. Waarde en grondtal moeten positief zijn. Het grondtal mag niet gelijk zijn aan één.
Zo gebruikt u deze rekenmachine
- Voer Positieve waarde en Grondtal van logaritme.
- Controleer de eenheden en invoergrenzen.
- Pas de waarden aan om een ander scenario te vergelijken.
Formule en methode
ln(A) ÷ ln(B); A = Positieve waarde, B = Grondtal van logaritme
De formule gebruikt de ingevoerde waarden zonder externe gegevens.
Rond alleen het getoonde resultaat af; behoud de invoereenheden.
Rekenvoorbeeld
In dit voorbeeld: A = 1000, B = 10.
ln(A) ÷ ln(B)
Logaritme met een gekozen grondtal: 3
Interpretatie
De uitkomst is een schatting onder de genoemde aannames.
Waarde en grondtal moeten positief zijn. Het grondtal mag niet gelijk zijn aan één.
Veelgestelde vragen
Logaritme met een gekozen grondtal?
ln(A) ÷ ln(B); A = Positieve waarde, B = Grondtal van logaritme. De formule gebruikt de ingevoerde waarden zonder externe gegevens.
Rekenvoorbeeld?
In dit voorbeeld: A = 1000, B = 10. Logaritme met een gekozen grondtal: 3.
Welke beperkingen gelden?
Waarde en grondtal moeten positief zijn. Het grondtal mag niet gelijk zijn aan één. Controleer de eenheden, aannames en toepasselijke regels voordat u beslissingen neemt.